Geepvissen vanaf de boot

Belone Belone!!!

 

Geepvissen is voor iedereen!!!

Iedereen kan geep vangen of je nu jong of oud, een zoet- of een zoutwatervisser of zelfs helemaal geen visser bent: de geep is voor iedereen een mooie vis om te vangen. Het grote voordeel is dat de geep komt op het moment dat het weer beter wordt en de zon het water doet opwarmen. Iedereen krijgt goede zin als het voorjaar begint, de bomen krijgen bladeren, het gras begint te groeien en de geep komt onder de kust!

 

De geep, heb je hem eens gevangen vergeet je hem nooit meer, sterker nog: de geep houd vele vissers in zijn greep!

Met zijn slanke, zilverkleurige lijf en zijn spitse bek is het en opvallende verschijning die onze kustwateren versierd. Inderdaad, de geep versiert ons water! Zo eind april begin mei komen de gepen vanuit het zuidwesten van de Britse eilanden onze kant in om hier in mei en juni in de ondieptes te paaien. De geep leeft in scholen en kan 15 tot 20 jaar oud worden en hoewel de meeste gepen tussen de 40 en 70cm worden gevangen kan hij toch een lengte van 90cm halen.


De geep is een zeer goede rover met zijn snelheid, wendbaarheid en zijn scherp zicht jaagt hij vooral op kleine vis direct aan de oppervlakte, daardoor is de geep ook gemakkelijk te lokaliseren wanneer hij actief aan het jagen is. Vaak zie je een paar kolken of een rugvis door het wateroppervlak breken. Zie je een paar actieve gepen pak dan snel je hengel, gooi er overheen en draai je dobber er rustig naartoe. Negen van de tien keer heb je binnen een paar minuten een geep aan de andere kant van de lijn hangen. Geef na het vangen van de eerste geep de stek nog een tijdje de kans, want waar één geep zit zitten er meerdere!!

 

Overal langs de Nederlandse en Belgische kust is geep te vangen. Vooral bij steenstort, havenhoofden, pieren en dijken zul je regelmatig(veel) geep aantreffen. De geep legt zijn eitjes vast aan de bodem van het water en omdat de eitjes zuurstofrijk water nodig hebben zal hij zijn eitjes dus in stromend water vast leggen, vergeet dus nooit deze plaatsen waar het water hard stroomt af te vissen, hier is altijd wel een geep te vangen.


De geep verblijft heel de zomer in onze kustwateren en trekt pas weer weg als het zeewater begint af te koelen, toch gelden de eerste twee maanden(mei, juni) als beste maanden. Naar mij mening komt dit doordat er in deze maanden nog maar weinig aasvis aanwezig is. In de maanden daarna komt er meer aasvis dus heeft de geep meer te eten.

Heb je eenmaal een goede stek gevonden zal een aanbeet niet lang op zich laten wachten, meestal is het binnen een kwartier al raak!

 

Er zijn verschillende manieren om een geep te belagen, maar omdat er al veel is geschreven over het vissen vanaf de kant en er weinig tot geen nieuwe ontwikkelingen zijn op dit gebied wil ik het eens over iets anders hebben: het vissen vanuit een bootje! Het vissen vanuit een bootje heeft een paar voordelen: je ligt altijd lekker rustig te vissen zonder dat je last hebt van andere vissers en je kunt met de stroom mee vissen dus hoef je minder vaak in te werpen. Nu moet je niet denken aan z’n grote kotter waar je op zaterdag of zondag een plaatsje bespreekt, maar meer aan een klein aluminium of polyester bootje. Een bootje waar je met twee á drie man op kunt vissen is groot zat. Zelf hebben mijn maat en ik een polyester bootje van 4,5 meter lang met de toepasselijke naam: ”Belone Belone”!

Nu denk je natuurlijk: jij hebt wel een bootje maar wij niet! Dat probleem is zo opgelost, want op verschillende plaatsen aan de Oosterschelde zijn bootjes te huur waar je in mag varen zonder vaarbewijs.

 

Neem geen grote hengels mee maar gewoon een hengeltje waar je mee op snoekbaars of op forel mee vist. Zelf vis ik graag met een hengel van 240-270cm en een werpvermogen tussen de 10-20gram Deze zijn lekker soepel doch sterk genoeg en goed hanteerbaar in de boot. Ook een vliegenhengel van #7-8(lichter kan ook maar houdt er wel rekening mee dat in de zomer regelmatig een makreel gehaakt kan worden) met en droge lijn geeft veel plezier en een dril waar je U tegen zegt. Op deze hengel komt een niet al te groot molentje. Zelf heb ik de Mitchell Avocet S4000 een soepele snelle molen met een perfect werkende slip welke belangrijk is voor het haken van een groter exemplaar of een andere vissoort zoals makreel of zeebaars. Als lijn is een dyneemalijn van 10/100 goed maar ook een nylonlijn van 18/100 is geschikt het is maar net waar je voorkeur naar uit gaat. Zelf vis ik graag met een dyneemalijn omdat dan wanneer ik de lijn vast houdt de aanbeet al kan voelen voordat de dobber deze zichtbaar registreert. Als dobber nemen we natuurlijk maar een licht exemplaar omdat werpen haast overbodig is. Een kleine rode buldo is goed te gebruiken maar ook een uitgelood dobbertje van een gram of 10-20 is goed inzetbaar. Een haak maat 4 of 6 met een iets gezette en dunne steel is ideaal, deze knoop je aan een nylon onderlijn van ongeveer 1,5 meter. Zelf gebruik ik uitsluitend de Gamakatsu LS-3513f.

 

Het beste geepaas is geep zelf! Het aas moet altijd vers zijn dus niet uit de vriezer. Aas dat uit de vriezer komt is zacht wat als resultaat geeft dat na één of twee keer gooien het aas van de haak af vliegt. Fileer met een fileermes de laatste 5cm van het staartstuk en snijdt die in de lengte door tweeën dan heb je twee perfecte aasjes. Haal altijd de haakpunt eerst door het visvlees zodat de weerhaak tegen het vel zit. Mocht je niet aan een geep kunnen komen kun je ook makreel, zalm of forel gebruiken. Een ander alternatief is runderhart wat bij iedere slager te koop of te bestellen is deze mag wel in de vriezer bewaard worden.


Als je vanuit en bootje vist kun je ook eens andere stekken bevissen. Denk dan vooral aan diepte verschillen, fuiken, stroomnaden die ver in het water liggen, en ook wrakken. Fuiken liggen niet voor niets waar ze liggen, een beroepsvisser zal zijn fuiken daar leggen waar hij de vis verwacht, maak daar gebruik van maar blijf altijd van de fuiken af! Ook wrakken zijn goede stekken, ook al liggen ze dan op de bodem er is altijd wel geep te vangen boven een wrak maar mijn voorkeur gaat uit naar de diepte verschillen en de richels in de bodem. Daar waar mijn maat en ik vaak vissen ligt een taluud die van 0,8meter naar 11,3meter diepte gaat. Vaak zien we dat de jonge aasvis zich in het warme ondiepe water bevindt en dat de geep van tijd tot tijd vanuit het diepe met zijn allen de aanval openen op deze aasvis. Wanneer dat gebeurd zal ook jou aas genomen worden! Wanneer dit spektakel voorbij is ben je een aantal gepen rijker en heb je gelijk even kans om de gevangen geep schoon te maken, zorg wel dat je klaar bent voor de volgende aanval.

 

De geep laat zich ook heel goed naar de boot toe lokken met behulp van een zak rubby dubby. Rubby dubby? Wat is dat? Rubby dubby wordt veel gebruikt bij het vissen op haai. Het is niets meer dan visafval en daar kan werkelijk alles doorheen. Als ik met de visclub op makreel ga vissen op een grote boot deel ik op een paar na al mijn makreel uit en aan het einde van de dag ga ik iedereen langs om te vragen of ze de ingewanden van de schoon gemaakte makreel willen bewaren. Dit doe ik in emmers en neem ik mee naar huis waar ik het vermeng met oud brood en een paar blikjes sardine die ik vervolgens goed meng en per emmer(5liter) invries. Ga ik dan vissen neem ik een uienzak waar ik dan één ingevroren klomp in doe en die hang ik vervolgens buiten de boot. Wel is het een must dat je een stroomnaad opzoekt, doordat de rubby dubby langzaamaan ontdooit voert de stroming constant visdeeltjes en een geurspoor af waar de geep werkelijk waar helemaal gek van wordt. Als de geep eenmaal het spoor heeft gevonden blijft hij net zo lang in de buurt tot de zak leeg is en z’n zak is goed voor een lange dag vissen.

 

Mocht je nu niet over visafval beschikken(of vindt je het een vies werkje) kook je gewoon een paar pakken rijst en die vermeng je 2:1 met wat blikken sardine invriezen en klaar. Hebben we de geep eenmaal gelokt laten we gewoon de dobber naast de boot zakken en met de stroming mee voeren, niet zelden zal de geep op nog geen 1,5meter van de boot het aas pakken. Moet je nagaan wat er gebeurt als een school makrelen je rubby dubby spoor heeft opgepikt en dat gebeurt vaker dan je denkt! Vanaf de kant zal een geep bij een aanbeet vaak de lucht in springen dit komt doordat hij zichzelf haakt en probeert te ontsnappen. Vis je vanuit een bootje met licht materiaal gebeurt dat meestal niet, maar zie je de dobber over het wateroppervlak razen. Maak nu niet de fout meteen aan te slaan maar wacht een paar tellen met slaan, niet te lang want dan slikt de geep de haak en dat willen we voorkomen. Ik sla liever een keer mis dan dat ik de geep onnodig moet doden. Als je de geep meeneemt en opeet dood hem dan voor het onthaken en het liefst met een visdoder. Zo hoeft de geep niet onnodig te lijden.

 

Zo rond eind augustus begin september trek de geep weer weg. Die laatste dagen van het geepseizoen besteden wij vooral onze tijd aan het slepen op geep. Door de dobber een aantal meter achter de boot aan te slepen kun je een groot gebied bevissen en heb je meer kans de geep tegen te komen. Wel hang ik nu een licht knijploodje 5cm boven mijn aas, doe je dit niet zal je aas door het wateroppervlak breken en niet optimaal gepresenteerd worden. De hengel houd ik in de hand met de beugel van de molen open en de lijn onder mijn vinger. Bij een aanbeet die kan verschillen van een tik op de top tot een kolk achter je dobber laat ik direct mijn lijn los en zet de motor uit zo geef ik de geep de kans om te bijten en heb ik meer kans dat ik de haak succesvol zet. Slepen kun je ook heel goed met kunstaas, denk dan vooral aan slanke lepels. Door de dreg met een extra splitring of een stukje dyneema een centimeter achter de lepel te hangen voorkom je missers!

 

Tot slot wil ik nog even zeggen: neem niet meer geep mee dan dat je gaat opeten of eventueel als aas gebruikt! Zet zoveel mogelijk terug dan kunnen de generaties na ons ook nog van deze prachtige sportvis genieten!!

 

Martijn