The never ending story

Elk jaar zien we ze (hopelijk) weer verschijnen aan onze kusten, de wijtingen, sneller bij het aas dan de scharren en dikwijls nog met hun bek vol garnalen voor ze je aas grepen. Dat is niet anders voor Oostende, Blankenberge en nog wat andere pieren. Ik heb gisteren die van Blankenberge gedaan. Arriveerde rond half acht waar een jonge rakker van 84 op dat ogenblik al een behoorlijk maaltje wijting (hij was er van vier uur) had verschalkt in de havengeul, dit met verse tappen. Ik zette me op de kop, het duurde een kwartiertje voor ik de eerste (te kleine) wijting ving. Ik had gezouten tappen en diepvries mee, viste op één stok met twee haken. Daarna ging het geregeld beter op elke drie vissen was er meestal wel een 27+ kerel bij. Zeker toen ik mijn te kleine haken door 1/0 haken verving. Ik ving nog enkele scharren waarvan twee groot genoeg voor de pan. Het water is nog steeds zo’n 12 graden, er stond eerst een noordwestenwind die later kromp naar het westen. Hoogwater was rond half vier, vooral het laatste anderhalve uur voor hoog stond er flink wat stroming, maar ankerlood van 150+ bleef goed liggen met gevlochten draad, op die met nylon mocht het 190 zijn. Zelfs verderop in de havengeul viel er wijting te vangen, zag ik; maar die leken me wat kleiner. Het was een internationaal gezelschap: Franstaligen, Polen, een Engelsman en uit bijna elke Vlaamse provincie vissers. Volgende week eens naar Oostende.

Gilbert